Vennootschapsbelasting
Renteaftrekbeperking (earningsstripping)
Bijgewerkt op 3 augustus 2026
De earningsstrippingmaatregel van art. 15b Wet VPB 1969 is de generieke renteaftrekbeperking die Nederland per 2019 invoerde ter implementatie van ATAD1. Doel van de maatregel is het tegengaan van winstverschuiving via bovenmatige rentelasten, ongeacht met wie of waarom de lening is aangegaan: waar eerdere renteaftrekbeperkingen aangrepen op verdachte transactietypen, zoals de tegen winstdrainage gerichte bepaling van artikel 10a, test earningsstripping enkel de omvang van het rentesaldo ten opzichte van de fiscale winst. De regeling raakt daardoor in beginsel elke VPB-plichtige met een per saldo negatieve rentepositie, van extern gefinancierde vastgoedvennootschappen tot overnameholdings met acquisitiefinanciering.
Sinds de invoering is het percentage van de gecorrigeerde winst waartegen wordt getoetst tweemaal aangepast: 30% bij invoering in 2019, verlaagd naar 20% per 2022, en verhoogd naar het huidige 24,5% per 2025. Het vaste drempelbedrag van € 1.000.000 staat sinds 2019 ongewijzigd naast dat percentage. Kern van de maatregel blijft dat niet-aftrekbare rente niet verloren gaat maar onbeperkt wordt voortgewenteld naar volgende jaren: earningsstripping is in de tijd bezien vooral een timingmaatregel, al kan de praktische impact op liquiditeit en belastingdruk in het aftrekjaar aanzienlijk zijn. De maatregel werkt bovendien los van de vraag of een fiscale eenheid is gevormd, wat tot samenloopvragen met andere VPB-bepalingen leidt.
Wanneer speelt dit
Earningsstripping speelt bij elke VPB-plichtige met een saldo aan renten uit geldleningen, dus zowel bij externe financiering (bankleningen) als bij intercompany-financiering binnen een groep. Het thema komt typisch op bij overnamestructuren met acquisitiefinanciering, bij vastgoedvennootschappen met hoge hypothecaire leningen, bij fiscale eenheden waarbinnen de winstsplitsing en de toerekening van voortgewentelde rente moet worden bepaald, en bij ontvoegingen waarbij voortgewentelde 15b-rente aan een uittredende dochter moet worden meegegeven. Ook bij herfinanciering en schuldherschikking, en bij vennootschappen met activering van rente als voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel, moet de uitwerking van art. 15b expliciet worden doorgerekend.
Hoe werkt de earningsstrippingmaatregel
Wie en wat kwalificeert
- Iedere aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtige valt onder art. 15b, ongeacht groepsverhouding tussen crediteur en debiteur en ongeacht of de belastingplichtige deel uitmaakt van een fiscale eenheid: de toets is generiek en kent geen groepsuitzondering.
- Er moet een saldo aan renten zijn: het bedrag aan rentelasten ter zake van geldleningen verminderd met het bedrag aan rentebaten ter zake van geldleningen (art. 15b lid 2), met een bodem van nihil bij een per saldo positieve rentepositie.
- Alleen renten "ter zake van geldleningen" tellen mee: onder geldlening wordt verstaan een vordering of schuld uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst (lid 6 onderdeel a). Rente die al op grond van een specifieke renteaftrekbeperking zoals artikel 10a niet aftrekbaar is, is dan al uit de winst gehaald en telt niet nogmaals mee in het saldo: specifieke renteaftrekbeperkingen werken eerst, de generieke earningsstrippingtoets daarna.
- Renten die deel uitmaken van winst uit een andere staat waarop de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten (art. 15e) van toepassing is, blijven buiten het saldo (lid 4).
- Banken en verzekeraars vallen weliswaar onder art. 15b, maar zijn daarnaast sinds 2020 onderworpen aan de afzonderlijke minimumkapitaalregel van art. 15bd tot en met 15bh, een eigen afdeling van de wet naast de earningsstrippingmaatregel.
Bedragen en percentages
De drempel is het hoogste van een percentage van de gecorrigeerde winst en een vast bedrag. Het percentage is sinds invoering van de maatregel tweemaal gewijzigd:
| Periode | Percentage gecorrigeerde winst | Vast drempelbedrag |
|---|---|---|
| 2019 t/m 2021 | 30% | € 1.000.000 |
| 2022 t/m 2024 | 20% | € 1.000.000 |
| vanaf 2025 | 24,5% | € 1.000.000 |
Bij een laag EBITDA-niveau fungeert het vaste bedrag van € 1.000.000 feitelijk als vangnet-drempel, ongeacht het geldende percentage.
Rekenvolgorde en gevolg
De berekening loopt in vaste stappen: eerst wordt het saldo aan renten van het jaar vastgesteld (lid 2), vervolgens de gecorrigeerde winst (lid 3), dan de drempel als het hoogste van het percentage van de gecorrigeerde winst en het vaste bedrag (lid 1), en ten slotte wordt het saldo aan renten voor zover dat de drempel overschrijdt, niet in aftrek toegelaten. Het gevolg van toepassing is dat het niet-aftrekbare deel niet verloren gaat: het wordt onbeperkt in de tijd voortgewenteld naar het volgende jaar en komt daar alsnog in aftrek, voor zover in dat jaar ruimte onder de dan geldende drempel bestaat, in de volgorde waarin de saldi zijn ontstaan (lid 5).
Procedure
Er is geen keuze of verzoek nodig: de toets wordt automatisch toegepast bij het bepalen van de winst en dus bij het opmaken van de aangifte. De inspecteur stelt het niet-aftrekbare en naar het volgende jaar voort te wentelen saldo aan renten van een jaar vast bij een voor bezwaar vatbare beschikking, zodat de omvang van het voortgewentelde bedrag een zelfstandig aanvechtbaar gegeven is los van de aanslag zelf.
Reikwijdte: wat valt eronder, wat niet
Tot het saldo aan renten behoren: rentelasten en -baten op externe en interne geldleningen, kosten ter zake van geldleningen, valutaresultaten en resultaten op afdekkingstransacties voor rente- of valutarisico's op geldleningen (lid 6 onderdelen b en c), rente die als voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel wordt geactiveerd (lid 6 onderdeel d), en bepaalde bedragen van dubbel in aanmerking genomen inkomen die op grond van art. 12af als renteaftrek of rentebaat worden aangemerkt (lid 6 onderdeel e). Buiten het saldo blijven: rente die is toe te rekenen aan onder de objectvrijstelling vallende buitenlandse ondernemingswinst (lid 4), en rente die al via een specifieke renteaftrekbeperking is geraakt. Vergoedingen die niet uit een overeenkomst van geldlening voortvloeien, zoals huur- of leasetermijnen die niet als geldlening kwalificeren, vallen buiten het bereik van art. 15b.
Wettelijk kader
Art. 15b lid 1 Wet VPB 1969 is de kernbepaling: het saldo aan renten komt niet in aftrek voor zover dat meer bedraagt dan het hoogste van 24,5% van de gecorrigeerde winst en € 1.000.000. Deze structuur, een percentage óf een vast bedrag, is bewust zo vormgegeven dat kleinere belastingplichtigen met een beperkt rentesaldo door het vaste bedrag worden ontzien, terwijl bij grotere rentesaldi het percentage van de gecorrigeerde winst de facto de bindende grens wordt.
Lid 2 definieert het saldo aan renten als het bedrag aan rentelasten ter zake van geldleningen verminderd met het bedrag aan rentebaten ter zake van geldleningen, vastgesteld vóór toepassing van art. 15b zelf en vóór de artikelen 15be en 15bf, met een bodem van nihil. Omdat dit saldo wordt bepaald over de rentelasten en rentebaten die zonder toepassing van art. 15b al bij de winstbepaling in aanmerking worden genomen, werkt de generieke earningsstrippingtoets logischerwijs na de specifieke renteaftrekbeperkingen: rente die al onder artikel 10a is getroffen, zit niet meer in het saldo waarop lid 1 vervolgens wordt losgelaten.
Lid 3 werkt de gecorrigeerde winst uit als een fiscale EBITDA-achtige grootheid: de winst zonder toepassing van lid 1, vermeerderd met de afschrijvingen op bedrijfsmiddelen van het jaar (zoals die zonder toepassing van lid 7 worden bepaald), vermeerderd met afwaarderingen tot lagere bedrijfswaarde verminderd met terugnamen daarvan, en vermeerderd met het saldo aan renten van het jaar zelf, met uitzondering van renten op geldleningen als bedoeld in lid 6 onderdeel d. De correctie voor afschrijvingen en rente is nodig omdat de gecorrigeerde winst juist bedoeld is als grondslag vóórdat rente en afschrijving die grondslag al hebben gedrukt; de gecorrigeerde winst wordt ten minste op nihil gesteld.
Lid 4 sluit renten uit die deel uitmaken van winst uit een andere staat waarop de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten (art. 15e) van toepassing is: winst die toch al buiten de Nederlandse heffingsgrondslag valt, hoort niet in de Nederlandse rentetoets mee te tellen.
Lid 5 regelt de onbeperkte voortwenteling: niet-aftrekbare rente wordt voortgewenteld naar het volgende jaar en komt daar in aftrek voor zover er in dat jaar ruimte is onder de dan geldende drempel, in de volgorde waarin de saldi zijn ontstaan. De inspecteur stelt het voort te wentelen saldo vast bij een voor bezwaar vatbare beschikking, zodat de belastingplichtige de vaststelling van het bedrag zelfstandig kan laten toetsen.
Lid 6 bevat de definities die de reikwijdte van "geldlening" en "rente" afbakenen: onderdeel a definieert geldlening als een vordering of schuld uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst; onderdeel b en c rekenen kosten en valuta- en afdekkingsresultaten ter zake van geldleningen tot de rentelasten respectievelijk rentebaten; onderdeel d rekent geactiveerde rente op voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel eveneens tot de rentelasten, ook al komt die rente niet als zodanig in de winstberekening tot uiting; onderdeel e rekent bepaalde bedragen van dubbel in aanmerking genomen inkomen op grond van art. 12af tot rentelasten respectievelijk rentebaten, om te voorkomen dat die regeling de earningsstrippingtoets omzeilt.
Lid 7 sluit aan op de geactiveerde rente van lid 6 onderdeel d: voor zover die geactiveerde rente meer bedraagt dan de hoogste drempel van lid 1, wordt zij niet geactiveerd als voortbrengingskosten en komt zij evenmin in aftrek; overige rentelasten van dat jaar komen daarbij bij voorrang boven de geactiveerde rente voor niet-aftrekbaarheid in aanmerking. Deze bepaling voorkomt dat belastingplichtigen de aftrekbeperking zouden kunnen ontlopen door rente te activeren in plaats van direct ten laste van de winst te brengen.
Belangrijkste rechtspraak
Over de toepassing van art. 15b is tot nu toe geen rechtspraak van de rechter gepubliceerd; de uitleg van de bepaling wordt vooralsnog vooral bepaald door standpunten van de Belastingdienst-kennisgroepen en door rulings van het College Internationale Fiscale Zekerheid. Twee lijnen springen eruit.
De eerste lijn betreft de samenloop tussen art. 15b en de regels rond de fiscale eenheid. Bij winstsplitsing binnen een fiscale eenheid oordeelde de kennisgroep in KG:032:2025:3 dat voorvoegingsverliezen tegen winstdelen kunnen worden verrekend ondanks voortgewentelde 15b-rente, mits de winstdelen werkelijk worden bepaald: de aanwezigheid van een voortgewenteld 15b-saldo staat verliesverrekening op winstdeelniveau dus niet in de weg. Bij het verbreken van een fiscale eenheid oordeelde de kennisgroep eerder al, in KG:032:2022:2, dat voortgewentelde 15b-rente op basis van een stand-alone berekening en de kans op toekomstige verrekening aan een uittredende dochtermaatschappij kan worden meegegeven. Beide standpunten wijzen dezelfde kant op: het voortgewentelde 15b-saldo wordt zoveel mogelijk behandeld als een zelfstandig, toerekenbaar gegeven binnen en bij het uiteenvallen van de fiscale eenheid, in plaats van als een ondeelbaar concernkenmerk.
De tweede lijn betreft de doorwerking van art. 15b naar andere VPB-bepalingen. Bij de voorkoming van dubbele belasting oordeelde de kennisgroep in KG:040:2026:2 dat de artikel 15b-correctie niet doorwerkt naar de tweede limiet van art. 36 lid 2 onderdeel b Bvdb 2001: het niet-aftrekbare en voortgewentelde deel van het rentesaldo laat de berekening van de tweede limiet ongemoeid, omdat art. 15b en die tweede limiet een verschillend doel dienen. Daarnaast oordeelde de kennisgroep in KG:040:2025:1 dat art. 15b niet in strijd is met het Unierecht en ook niet verplicht tot een aparte vrijstelling voor woningbouwcorporaties die uitsluitend in Nederland actief zijn: de generieke opzet van de maatregel staat een sectorale uitzondering dus niet toe.
Twee gepubliceerde rulings van het College Internationale Fiscale Zekerheid illustreren tot slot de reikwijdte-vraag aan de randen van het rentebegrip: RULOV 20260317-000001 betreft de vraag of beleggingsresultaten van EU-gereglementeerde geldmarktfondsen als rente in de zin van de rentebeperkingen kwalificeren, en RULOV 20210629-000004 betreft de toepassing van art. 15b op geherfinancierde schulden na een schuldherschikking waarbij crediteuren indirect aandeelhouder worden.
Aandachtspunten voor de praktijk
- Bij de gecorrigeerde winst liggen de correcties van lid 3 voor afschrijvingen, afwaarderingen en het saldo aan renten voor de hand als foutbron, met name de uitzondering voor geactiveerde rente uit lid 6 onderdeel d, die apart moet worden uitgesplitst.
- Bij fiscale eenheden speelt de samenloop tussen art. 15b en de winstsplitsingsregels van art. 15ah op winstdeelniveau; de behandeling van voorvoegingsverliezen tegen winstdelen staat los van een eventueel voortgewenteld 15b-saldo, mits de winstdelen werkelijk worden bepaald.
- Bij ontvoeging uit een fiscale eenheid vergt de toedeling van voortgewentelde 15b-rente aan een dochtermaatschappij een stand-alone berekening en een inschatting van de kans op toekomstige verrekening bij die dochter.
- Bij geactiveerde rente op bedrijfsmiddelen geldt de voorrangsregel van lid 7: overschrijding van de drempel leidt tot niet-activeren én niet-aftrekbaar zijn van die rente, waarbij overige, niet-geactiveerde rentelasten eerst worden aangewezen als niet-aftrekbaar.
- Het feit dat het percentage van de gecorrigeerde winst sinds 2019 al tweemaal is gewijzigd (30% naar 20% naar 24,5%) betekent dat historische doorrekeningen en meerjarenprognoses met het voor dat jaar geldende percentage moeten rekenen, niet met het huidige percentage.
Recente ontwikkelingen
De Belastingdienst-kennisgroep heeft in 2025 en 2026 meerdere standpunten gepubliceerd over de uitwerking van art. 15b: over de reikwijdte ten opzichte van woningbouwcorporaties en het Unierecht (KG:040:2025:1, maart 2025), over de samenloop met winstsplitsing binnen een fiscale eenheid (KG:032:2025:3, juni 2025), en over de tweede limiet bij voorkoming van dubbele belasting (KG:040:2026:2, april 2026). Ook is in maart 2026 een ruling gepubliceerd (RULOV 20260317-000001) over de vraag of beleggingsresultaten van EU-gereglementeerde geldmarktfondsen als rente in de zin van de rentebeperkingen kwalificeren. Het percentage van de gecorrigeerde winst waartegen wordt getoetst is per 2025 verhoogd naar 24,5%, na de verlaging naar 20% per 2022. Het Besluit Earningsstrippingmaatregel 2025 (BWBR0051336) regelt daarnaast de toepassing van de maatregel in beleidsregels.
Kernartikelen
Beleid en standpunten
47 bronnen in de kennisbank-
KG:040:2026:2 (2026)
Standpunt: De renteaftrekbeperking van artikel 15b Wet Vpb 1969 laat de berekening van de tweede limiet voor de verrekening van buitenlandse bronbelasting ongemoeid.
-
KG:032:2025:3 (2025)
Standpunt: Bij winstsplitsing in fiscale eenheid kunnen voorvoegingsverliezen tegen winstdelen worden verrekend ondanks voortgewentelde 15b-rente, mits winstdelen werkelijk worden bepaald.
-
RULOV 20260317-000001 (2026)
Een Nederlandse financieringsholdster verzoekt zekerheid dat investeringsresultaten geldmarktfondsen (EU-gereglementeerd) kwalificeren als renten in wettelijke rentebeperkingen.
-
Kamerstuk 35030 nr. 7
Nota van toelichting op Wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking, behandelende CFC-maatregel, earningsstripping, GAAR en exitheffingen.
-
Besluit BWBR0051336
Dit beleidsbesluit regelt de toepassing van de earningsstrippingmaatregel die renteaftrek beperkt tot 24,5% van de gecorrigeerde winst.
-
KG:040:2025:1 (2025)
Standpunt: artikel 15b Wet Vpb 1969 (earningsstripping) is niet verboden door ATAD en verplicht ook niet tot een woco-vrijstelling voor woningbouwcorporaties die uitsluitend in Nederland actief zijn.
- Kamerstuk 35030 nr. 3
-
Kamerstuk 35030 nr. C (EK)
Memorie van antwoord ATAD1-implementatie (Controlled Foreign Company, earnings stripping, woningcorporaties).
- Kamerstuk 35302 nr. 3
- Kamerstuk 36602 nr. 3
Verwante thema's
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.