Formeel belastingrecht

Informatieverplichtingen en informatiebeschikking

Bijgewerkt op 3 augustus 2026

De fiscale informatieverplichtingen vormen de basis waarop de inspecteur zijn controlerende taak uitoefent: zonder toegang tot gegevens, inlichtingen en administratie kan geen enkele belastingaanslag betrouwbaar worden vastgesteld. De Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) verplicht daarom zowel belastingplichtigen als derden om desgevraagd mee te werken, en legt administratieplichtigen daarnaast een zelfstandige plicht op om een deugdelijke administratie te voeren en te bewaren.

Waar deze verplichtingen niet of onvolledig worden nagekomen, beschikt de inspecteur over een specifiek formeel instrument: de informatiebeschikking. Dit is geen sanctie op zichzelf, maar een voor bezwaar vatbare vaststelling dat een verzuim heeft plaatsgevonden. Pas wanneer die beschikking onherroepelijk vaststaat, ontstaat het procesrechtelijke gevolg waar het de belastingplichtige werkelijk om gaat: omkering en verzwaring van de bewijslast in de aanslagprocedure. Naast dit civielrechtelijk-formele spoor kent de wet ook een strafrechtelijk en bestuurlijk spoor: het opzettelijk of onachtzaam veronachtzamen van dezelfde verplichtingen kan afzonderlijk worden bestraft, los van de vraag of er ooit een informatiebeschikking is genomen. Het thema is daarmee drieledig: de materiële vraag of aan de administratie- en informatieverplichtingen is voldaan, het formele traject rondom de informatiebeschikking, en de sanctie die op schending kan volgen.

Wanneer speelt dit

Het thema komt op zodra de inspecteur in het kader van een aanslagregeling, navordering of naheffing vragen stelt over gegevens, inlichtingen of de onderliggende administratie, en de belastingplichtige (of een derde) daaraan naar het oordeel van de inspecteur niet, niet tijdig of niet volledig voldoet. Typische situaties zijn een boekenonderzoek waarbij de administratie ontbreekt of onvolledig blijkt, een vragenbrief waarop niet wordt gereageerd, en derdenonderzoeken waarbij een partij (bijvoorbeeld een bank of telecomprovider) wordt aangesproken op gegevens die de belastingpositie van een ander betreffen. Ook grensoverschrijdende structuren met een buitenlandse moeder- of zustervennootschap, discussies over de bewaartermijn van gegevensdragers, en de stukken die de inspecteur in een procedure over een informatiebeschikking moet overleggen, vallen binnen dit thema.

Hoe werkt de informatiebeschikking

Wie kwalificeert en waarvoor. Art. 47 AWR richt zich tot "ieder": niet alleen de belastingplichtige zelf, maar ook derden wier gegevens de belastingwet aanmerkt als aangelegenheden van een ander (lid 2), en zelfs een buitenlandse of nog niet als zodanig aangemerkte, potentiële belastingplichtige, mits de gevraagde gegevens voor diens Nederlandse belastingheffing van belang kunnen zijn. Art. 52 AWR legt daarnaast een zelfstandige, zwaardere plicht op aan een beperkte kring van administratieplichtigen: lichamen, ondernemers en zelfstandige beroepsbeoefenaren, inhoudingsplichtigen, en resultaatgenieters uit bepaalde overige werkzaamheden (lid 2). Bij groepsstructuren met een buitenlandse schakel breidt art. 47a AWR de vraagbevoegdheid uit: zodra een niet in Nederland gevestigd lichaam of een niet in Nederland wonende persoon een belang van meer dan 50% houdt in een Nederlandse vennootschap, gelden de gegevens en gegevensdragers van die buitenlandse partij zelf als opvraagbaar alsof het eigen gegevens van de Nederlandse vennootschap zijn.

Wat is het gevolg van (niet-)naleving. Voldoet de belastingplichtige tijdig en volledig, dan verandert er niets aan de normale bewijslastverdeling. Blijft medewerking uit of is deze onvolledig, dan kan de inspecteur dit vastleggen in een informatiebeschikking (art. 52a AWR). Zodra die onherroepelijk vaststaat, treedt de omkering en verzwaring van de bewijslast in: de aanslag wordt bij de uitspraak op bezwaar gehandhaafd tenzij overtuigend is aangetoond dat en in hoeverre deze onjuist is (art. 25 lid 3 AWR), en in beroep verklaart de rechtbank het beroep op dezelfde grond ongegrond (art. 27e lid 1 AWR) — met dien verstande dat zij dan alsnog een hersteltermijn stelt, tenzij sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht (art. 27e lid 2 AWR). Los daarvan is het niet-nakomen van de informatie-, medewerkings- of administratieplicht een economisch delict (hechtenis max. zes maanden of geldboete derde categorie, art. 68 lid 1 AWR); het niet tonen van een identiteitsbewijs is afzonderlijk strafbaar met een geldboete tweede categorie (art. 68 lid 2 AWR), en verzuim van onder meer de kopieerplicht van art. 49 lid 2 AWR kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 6.709 opleveren (art. 67ca lid 1 AWR).

De procedure stap voor stap.

  1. De inspecteur stelt op grond van art. 47 of 52 AWR een vraag of verzoekt om inzage, en bepaalt zelf de vorm (mondeling, schriftelijk of anderszins) en de termijn (art. 49 lid 1 AWR); de belastingplichtige moet toestaan dat kopieën of afschriften worden gemaakt (art. 49 lid 2 AWR).
  2. Blijft naleving uit of is zij ontoereikend, dan constateert de inspecteur een verzuim.
  3. Dat verzuim wordt vastgelegd in een informatiebeschikking op grond van art. 52a lid 1 AWR; de inspecteur wijst daarbij op art. 25 lid 3 AWR. De termijn voor het opleggen van de aanslag wordt verlengd met de periode tot de beschikking onherroepelijk vaststaat of wordt vernietigd (art. 52a lid 2 AWR); stelt de inspecteur de aanslag al vast vóórdat de informatiebeschikking onherroepelijk is, dan vervalt de beschikking (art. 52a lid 3 AWR).
  4. Tegen de informatiebeschikking staan bezwaar en beroep open, ook nog in de bezwaarfase van de onderliggende aanslag zelf.
  5. Zodra de beschikking onherroepelijk vaststaat, treedt de bewijslastomkering in (stap "gevolg" hierboven); in beroep krijgt de belastingplichtige nog een hersteltermijn (art. 27e lid 2 AWR).
  6. Onafhankelijk hiervan kan de civiele rechter op vordering van de inspecteur nakoming van de verplichtingen afdwingen op straffe van een dwangsom (art. 52a lid 4 AWR); dit laat de strafrechtelijke weg van art. 68 AWR onverlet.

Kerncijfers (peildatum wettekst 2026)

OnderwerpBedrag/termijn/grensVindplaats
Bewaartermijn administratie7 jaarart. 52 lid 4 AWR
Leeftijdsgrens identificatieplicht14 jaarart. 47 lid 3 AWR
Belangdrempel informatieplicht buitenlandse groepsmaatschappijmeer dan 50%art. 47a lid 1 AWR
Bestuurlijke boete bij verzuim (o.a. niet toestaan kopiëren, art. 49 lid 2)ten hoogste € 6.709art. 67ca lid 1 AWR
Strafmaximum niet-nakomen informatie-/administratieplichthechtenis max. 6 maanden of geldboete derde categorie (2026: max. € 11.000)art. 68 lid 1 AWR jo. art. 23 lid 4 Sr
Strafmaximum niet tonen identiteitsbewijsgeldboete tweede categorie (2026: max. € 5.500)art. 68 lid 2 AWR jo. art. 23 lid 4 Sr

Reikwijdte: wat valt er wel en niet onder. De vragen van art. 47 lid 1 onderdeel b zijn gekoppeld aan de vaststelling van feiten die van invloed kunnen zijn op de belastingheffing: een vraag moet dus zien op feiten en gegevens van belang voor de heffing, niet op de rechtskundige kwalificatie die de belastingplichtige daaraan zelf verbindt. Vragen zonder enig aanknopingspunt met de belastingheffing van de betrokkene, of die louter zijn bedoeld om zonder concrete aanleiding op onderzoek uit te gaan ("fishing expeditions"), vallen buiten het bereik van de bepaling. Voor administratieplichtigen geldt de plicht bovendien niet alleen jegens de eigen belastingheffing: art. 53 AWR breidt de verplichtingen van art. 47 en 48 tot en met 50 AWR uit naar de belastingheffing van derden en naar de heffing van belasting waarvan de inhouding aan de administratieplichtige is opgedragen, en verplicht sommige administratieplichtigen bovendien om bepaalde gegevens eigener beweging (dus ongevraagd) te verstrekken.

Wettelijk kader

Art. 47 AWR. Lid 1 vormt de algemene grondslag: ieder is gehouden desgevraagd gegevens en inlichtingen te verstrekken (onderdeel a) én boeken, bescheiden en andere gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar te stellen, "zulks ter keuze van de inspecteur" (onderdeel b). Lid 2 trekt de verplichting door naar derden voor zover de belastingwet hun aangelegenheden aanmerkt als aangelegenheden van de vermoedelijk belastingplichtige. Lid 3 regelt de identificatieplicht vanaf veertien jaar.

Art. 49 AWR regelt niet wát moet worden verstrekt, maar hóe: duidelijk, stellig en zonder voorbehoud, in de vorm en binnen de termijn die de inspecteur stelt (lid 1); daarnaast moet worden toegestaan dat van gegevensdragers kopieën, afdrukken of uittreksels worden gemaakt (lid 2).

Art. 47a AWR trekt de vraagbevoegdheid bij een belang van meer dan 50% van een buitenlandse partij in een Nederlandse vennootschap door naar de gegevens en gegevensdragers van die buitenlandse partij zelf, op dezelfde voet als art. 47 lid 1 AWR.

Art. 52 AWR. Lid 1 eist dat administratieplichtigen hun administratie zo voeren en bewaren "dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken." Lid 2 bakent de kring van administratieplichtigen af (lichamen, ondernemers, inhoudingsplichtigen, bepaalde resultaatgenieters); lid 3 rekent ook hetgeen ingevolge andere belastingwetten wordt bijgehouden tot de administratie. Lid 4 stelt de bewaartermijn op zeven jaar, tenzij de belastingwet anders bepaalt. Lid 5 staat conversie naar een andere gegevensdrager toe, mits volledig en tijdig raadpleegbaar. Lid 6 voegt een medewerkingsverplichting toe, inclusief inzicht in opzet en werking van de administratie. Lid 7 biedt een eigen rechtsgang voor kostenvergoeding als een opgelegde verplichting achteraf onrechtmatig blijkt.

Art. 53 AWR breidt de in art. 47 en 48 tot en met 50 AWR geregelde verplichtingen van administratieplichtigen uit naar de belastingheffing van derden en naar de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen (lid 1), en verplicht bepaalde administratieplichtigen om gegevens eigener beweging, dus ongevraagd, te verstrekken (lid 2).

Art. 52a AWR (informatiebeschikking). Lid 1: bij niet of niet volledig voldoen aan onder meer art. 47, 47a, 49 en 52 AWR kan de inspecteur dit bij voor bezwaar vatbare beschikking vaststellen, onder verwijzing naar art. 25 lid 3 AWR. Lid 2 verlengt de aanslagtermijn tot de beschikking onherroepelijk vaststaat of wordt vernietigd. Lid 3 laat de beschikking vervallen als de inspecteur de aanslag al vaststelt vóór onherroepelijkheid. Lid 4 laat onverlet dat nakoming ook langs civiele weg kan worden afgedwongen op straffe van een dwangsom.

Art. 25 lid 3 en art. 27e AWR. Bij een onherroepelijke informatiebeschikking wordt de aanslag bij de uitspraak op bezwaar gehandhaafd tenzij overtuigend is aangetoond dat en in hoeverre deze onjuist is (art. 25 lid 3 AWR, niet van toepassing op een vergrijpboete). Art. 27e AWR trekt dit door naar beroep: de rechtbank verklaart het beroep om dezelfde reden ongegrond (lid 1), maar stelt bij een informatiebeschikking alsnog een nieuwe hersteltermijn, tenzij sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht (lid 2); ook hier een uitzondering voor de vergrijpboete (lid 3).

Art. 68 en art. 67ca AWR (strafbaarstelling). Naast het bewijslasttraject kent de wet een zelfstandig sanctiespoor. Art. 68 lid 1 AWR stelt onder meer het niet, onjuist of onvolledig verstrekken van inlichtingen, het niet beschikbaar stellen of niet voeren of bewaren van een administratie, en het weigeren van medewerking aan een boekenonderzoek strafbaar als economisch delict: hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. Lid 2 stelt het niet tonen van een identiteitsbewijs (art. 47 lid 3 AWR) afzonderlijk strafbaar met een geldboete van de tweede categorie. Art. 67ca lid 1 AWR voorziet daarnaast in een bestuurlijke boete van ten hoogste € 6.709 voor verzuim van onder meer de verplichting van art. 49 lid 2 AWR (kopiëren toestaan).

Belangrijkste rechtspraak

Lijn 1 — ontstaan en gevolgen van de informatiebeschikking. De Hoge Raad bakent in deze lijn af wanneer een informatiebeschikking mag worden genomen en welk gevolg zij heeft. In ECLI:NL:HR:2015:2895 (2015) oordeelde de Hoge Raad dat een informatiebeschikking ook nog in de bezwaarfase kan worden genomen, tenzij dit leidt tot schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; het feit dat bij het opleggen van de aanslag is afgezien van een informatiebeschikking, wekt geen vertrouwen dat dit ook in bezwaar achterwege blijft. ECLI:NL:GHARL:2021:1164 (2021) bevestigt dat een informatiebeschikking terecht kan worden genomen wanneer een belanghebbende niet heeft voldaan aan de administratie- en bewaarplicht voor de omzetbelasting: de plicht van art. 52 AWR geldt dus onverkort per belastingmiddel. En in ECLI:NL:HR:2021:822 (2021) oordeelde de Hoge Raad dat een belastingplichtige die heeft nagelaten een administratie bij te houden, dit verzuim niet achteraf kan helen: de rechter kan hem in dat geval geen nieuwe termijn op grond van art. 27e lid 2 AWR stellen om alsnog aan de administratieplicht te voldoen, omdat een niet-gevoerde administratie zich per definitie niet met terugwerkende kracht laat opstellen.

Lijn 2 — procesrechten in de informatiebeschikkingsprocedure. ECLI:NL:HR:2015:3602 (2015) betreft de reikwijdte van de stukken die de inspecteur moet overleggen in een procedure over een informatiebeschikking: bij bezwaar of beroep tegen een informatiebeschikking behoren ook stukken uit het controledossier en een intern memo tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Deze uitspraak waarborgt dat de belastingplichtige in de informatiebeschikkingsprocedure zelf over hetzelfde feitelijke materiaal kan beschikken als de inspecteur.

Lijn 3 — grens tussen fiscale afdwingbaarheid en punitief gebruik. In ECLI:NL:HR:2014:2144 (2014) oordeelde de Hoge Raad dat een informatiebeschikking geen maatregel is waarmee verstrekking van informatie wordt afgedwongen, maar dat wilsafhankelijk materiaal dat op basis daarvan is verkregen niet mag worden gebruikt voor fiscale beboeting of strafvervolging; dat oordeel komt toe aan de bestraffende rechter. Deze lijn scheidt de formele, informatiegerichte kant van het traject (de informatiebeschikking en de bewijslastomkering) principieel van de strafrechtelijke en beboetende kant die via art. 68 en 67ca AWR loopt.

Aandachtspunten voor de praktijk

Tijdige en volledige medewerking tijdens een lopend onderzoek is te verkiezen boven pogingen tot herstel achteraf, omdat een geconstateerd verzuim in de administratieplicht zich niet zonder meer met terugwerkende kracht laat helen. Het uitblijven van een informatiebeschikking bij de aanslag biedt geen zekerheid dat de inspecteur daarvan in bezwaar afziet; bezwaar en beroep volgen hier het gewone traject, met dien verstande dat in beroep alsnog een hersteltermijn wordt geboden waar dat bij het bezwaar niet gebeurt. Bij een procedure over een informatiebeschikking speelt scherp welke stukken uit het controledossier daadwerkelijk zijn overgelegd, aangezien ook interne memo's tot de op de zaak betrekking hebbende stukken kunnen behoren. Het onderscheid tussen de fiscale afdwingbaarheid van informatie en het gebruik van wilsafhankelijk materiaal in een beboetings- of strafcontext (fiscale boetes) loopt via een aparte toets, los van de vraag of de informatiebeschikking zelf terecht is genomen. Bij groepsstructuren met een buitenlandse aandeelhouder of zustervennootschap van meer dan 50% werkt de informatieplicht van art. 47a AWR door naar gegevens die feitelijk buiten Nederland berusten, wat afstemming binnen de groep vergt voordat een vragenbrief wordt beantwoord. De administratie- en bewaarplicht geldt per belastingmiddel: ook voor de omzetbelasting kan een tekortschietende administratie op zichzelf al grond zijn voor een informatiebeschikking, en kan een onherroepelijke informatiebeschikking net als bij navordering doorwerken in de omkering van de bewijslast. Ten slotte staat het bewijslasttraject los van het straf- en boetetraject van art. 68 en 67ca AWR: een informatiebeschikking is geen voorwaarde voor een strafrechtelijke vervolging wegens het niet voeren van een administratie, en omgekeerd leidt een informatiebeschikking niet automatisch tot een boete.

Recente ontwikkelingen

Een kennisgroepstandpunt van maart 2026 (KG:214:2026:1) behandelt de spanning tussen de fiscale bewaarplicht van art. 52 AWR en een sectorale bewaartermijn: telecomproviders mogen volgens dit standpunt verkeersgegevens vernietigen voordat de fiscale bewaartermijn is verstreken, indien dit nodig is om te voldoen aan art. 11.5 lid 2 Telecommunicatiewet. Een kennisgroepstandpunt uit 2023 (KG:206:2023:2) bevestigde dat het niet beantwoorden van een vraag kan leiden tot partiële omkering van de bewijslast. Een ander kennisgroepstandpunt uit 2023 (KG:206:2023:6) verduidelijkte dat de inspecteur ook bevoegd is zuivere boetevragen te stellen in een schuldonderzoek, op grond van art. 3:2 Awb en art. 47 e.v. AWR.

Kernartikelen

Belangrijkste rechtspraak

Beleid en standpunten

Meer in de kennisbank

Nog 221 bronnen bij dit onderwerp in de kennisbank

Verwante thema's

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.